Blog

Met regelmaat plaats ik een nieuwe blog, delen mag alleen als mijn naam erbij vermeld wordt.

 

15 oktober 2022

Is een hond een carnivoor, omnivoor of een herbivoor?

Herbivoren zijn planteneters, hun verteringsstelsel is volledig verschillend van dat van een carnivoor. Het voedsel legt een veel langere weg af alvorens verteerd te worden. Een carnivoor heeft daarentegen een veel korter verteringsstelsel waardoor het veel moeilijker is om plantaardig voedsel te verteren. Herbivoren hebben scherpe ribbelkiezen om planten te kunnen vermalen, ze kunnen zijwaartse bewegingen maken.

Omnivoren zijn alleseters, de mens is hier een goed voorbeeld van. Een omnivoor eet zowel plantaardig voedsel als dierlijk voedsel, hun verteringsstelsel is hier volledig op ingesteld. Omnivoren hebben knobbelkiezen en kunnen zijwaartse bewegingen maken met hun kiezen om te malen.

Een carnivoor (Latijns carnivorus ofwel vleeseter) is in de ecologie een willekeurig organisme dat uitsluitend dierlijk weefsel eet. Dit weefsel kan zowel van ongewervelde dieren als van gewervelden dieren afkomstig zijn. De jacht op dieren wordt in de ecologie predatie genoemd en het jagend organisme een predator. Carnivoren zijn vooral dieren, maar ook vleesetende planten die leven van insecten, worden tot de carnivoren gerekend.

In de taxonomie verwijst de term carnivora of roofdieren naar een orde van zoogdieren waarvan de meeste soorten "vlees" in engere zin eten, dat wil zeggen spierweefsel, maar ook ingewanden, bloed, botten en huidweefsel afkomstig van gedode gewervelde dieren.

Kenmerken carnivoren:

Bij zoogdieren valt het verschil tussen carnivoren en herbivoren goed te zien, doordat carnivoren een relatief kort darmstelsel en een gebit met knipkiezen hebben.

De maag voert het grootste deel van het verteringswerk uit. De zuurtegraad is veel sterker dan die van de menselijke maag. Dit om de vertering van hun voedsel, zoals botten en huid te garanderen. Maar ook om de slechte bacteriën die mee worden opgenomen te bestrijden.

Carnivoren kunnen alleen volledig voorzien in hun behoeften aan essentiële voedingsstoffen (aminozuren, vitaminen, mineralen) door de consumptie van dierlijke ingrediënten.

Carnivoren zijn jagers, ze onderscheiden zich door een flexibel en gespierd lichaam, klauwen, hersenen en ontwikkelde zintuigen om hun prooi na te jagen, in de val te lokken en te vangen.

Mits de natuur alles goed doet, hebben ze krachtige kaken. Maar in tegenstelling tot alleseters en herbivoren bewegen ze alleen op en neer, waardoor de planten niet kunnen worden verpletterd.

Hun tanden zijn bedoeld om te scheuren, te versnipperen, in plakjes te snijden, wat noodzakelijk is als men zich met vlees en botten voedt.

Toch zijn honden ooit geclassificeerd als omnivoor vanwege eigenschappen van het spijsverteringsstelsel en het metabolisme. Dit omdat een hond plantaardige vitamines om kan zetten in bruikbare vitamines. Om als omnivoor te boek te staan moet het diersoort minimaal 5% plantaardige voeding tot zich nemen (Wageningenur.nl, The omnivorous dog dogma debunked).

Onderzoekers hebben gekeken naar de manier waarop wolven zich voeden om zo meer inzicht te krijgen in het voedingssysteem- en gedrag van de wolven. Wolven zijn zeer waarschijnlijk de meest directe voorouders van de hond. Gegevens over het voedingsgedrag van wolven geeft aanwijzingen dat wolven echte carnivoren zijn en maar een heel klein beetje plantaardig voedsel eten.

De wolf kan zijn essentiële vetzuren uit dierlijke en plantaardige producten halen. De plantaardige essentiële vetten vindt hij in de darmen en maag van zijn prooi, waar hij ze al in verteerde toestand tot zich kan nemen. Maar ook het eten van ontlasting van andere dieren, grassen en vruchten kunnen een onderdeel zijn van het menu.

Opportunistische carnivoren:

Honden noemen we opportunistische carnivoren, omdat ze naast dierlijk voedsel ook wat plantenresten, bessen, kruiden, grassen, noten en zaden eten en daar nutriënten uit op kunnen nemen. Weliswaar moeten deze plantaardige materialen “voorverteerd” zijn door hun prooi. Of hedendaags door ons, de eigenaren van de hond. Dit doen we door groenten, kruiden, fruit kort te koken, stomen of te vermalen in de blender. De cellulose in de celwanden dient namelijk afgebroken te worden, dat kan het spijsverteringsstelsel van de hond niet. (Dietary nutrient profiles of wild wolves: insights for optimal dog nutrition? in The British Journal of Nutrition. http://europepmc.org/article/med/25415597).

Katten zijn daarentegen strikte carnivoren, ofwel obligate carnivoren en eten van nature enkel dierlijk voedsel.

 

Joke Sauerbreij

Orthomoleculair Voedingsdeskundige voor de hond

 

9 juni 2022

Als je hond alleen thuis moet blijven

 “Mijn hond heeft verlatingsangst”, is een veelgehoorde kreet onder hondeneigenaren. Zodra zich ‘problemen’ voordoen als een hond alleen thuis is, wordt er gesproken over verlatingsangst. Die problemen in deze context zijn dan meestal: slopen, poepen of plassen in huis, janken, blaffen of kwijlen. Volgens de eigenaar en zijn omgeving is er sprake van verlatingsangst. Maar is er wel sprake van angst? En heeft de hond moeite met alleen thuis zijn?

 

Moeite met alleen thuis of toch iets anders?

Naast angst kunnen tal van andere oorzaken leiden tot het vertonen van probleemgedragingen bij het alleen thuis zijn. Zo kan de hond ook blaffen als reactie op geluiden van buiten. Of misschien is er sprake van territoriaal gedrag. Ontlasten in huis kan een medische oorzaak hebben, dit dient altijd als eerste onderzocht te worden. Als de hond sloopt bij het alleen thuis zijn, kan er ook sprake zijn van verveling. Dit kan je verwachten bij jonge honden, of bij pubers die een sterke kauwbehoefte hebben. Of bij energieke rassen die hun energie fysiek of mentaal niet voldoende kwijt kunnen.  In reactie daarop verzinnen ze een activiteit door te gaan slopen. Al deze gedragingen zijn dan ook signalen, tekenen en symptomen, maar nog geen diagnose.

 

Hij houdt je continue in de gaten

Het kenmerk van echte verlatingsangst is dat het gedrag (bijvoorbeeld slopen, poepen of plassen in huis, janken, blaffen, heen en weer lopen, kwijlen) zich enkel voordoet in afwezigheid van de eigenaar. Als de eigenaar aanwezig is, zijn dit vaak honden die continu oog hebben voor de eigenaar. Het kunnen honden zijn die de eigenaar als het ware schaduwen: de types die je overal in huis achterna lopen en je geen seconde uit het oog verliezen, zelfs niet als je even naar het toilet gaat. Deze honden zijn dermate gehecht aan de eigenaar en hebben zo’n sterke binding dat de problemen een directe relatie hebben met scheiding van de eigenaar. Het kan zijn dat het de hond gaat om aanwezigheid van een willekeurig persoon en niet van een specifiek iemand. Dan kan een oppas een goede (tijdelijke) oplossing zijn. Maar er zijn honden die zo sterk gehecht zijn aan één speciaal iemand dat het niet uitmaakt of een ander gezinslid wel thuis is. Zolang de bewuste persoon er niet is, is er de angst en dus ook het probleemgedrag. Dit is een veel grotere inbreuk op het welzijn van de hond, en ook van de eigenaren vraagt dit veel meer. Zulke honden kunnen, wanneer zij alleen gelaten worden, heel veel heen en weer gaan lopen. Ze lopen telkens naar de deur van vertrek of kijken uit het raam. Dit kunnen de honden zijn die na een aantal uren alleen gelaten te zijn, in diepe slaap vallen als de eigenaar thuis is. Je verwacht dan een actieve hond die na uren rust in is voor een wandeling. Maar deze hond is zo druk geweest met het in de gaten houden of de baas al terug komt, dat hij absoluut niet rustig heeft gelegen dan wel geslapen. De hond is simpelweg moe.

 

Is het angst?

Als de hond de hierboven genoemde gedragingen laat zien, hoeft het niet persé verlatingsangst te zijn. Bij angst zie je een lage houding bij de hond. Als de hond geen verlaagde houding heeft spreken we van een scheidingsgerelateerd probleem of van een bindingsprobleem. Het is belangrijk om goed te weten wat de motivatie en de achterliggende emotie is in deze situatie, zodat we de hond kunnen leren met deze situatie om te leren gaan.

 

Sociaal dier

Verlatingsangst is een veel voorkomend probleem. Verscheidene literatuurbronnen noemen onderzoeken waaruit een hoge prevalentie van dit probleemgedrag blijkt: zo bleek in Noord-Amerika 20 tot 40 procent van de honden die werden afgestaan de diagnose verlatingsangst te hebben.

Is dit vreemd? Nee, want een hond is een sociaal wezen, wat het überhaupt voor hem tegennatuurlijk maakt om alleen thuis te zijn. In onze maatschappij verlangen we dit wel van onze honden. Maar is het logisch voor de hond? Nee. Is het vreemd, abnormaal gedrag? Ook niet.

Een hond is een roedeldier en is gedomesticeerd om in de nabijheid van mensen te zijn, samen te werken en samen te leven met de mens.

Ook al kunnen we de hond niet meer vergelijken met een wolf: de sociale ‘natuur’ van de hond is genetisch gebleven, ondanks de domesticatie. Het is voor een hond niet meer dan normaal om de tijd door te brengen met andere soortgenoten dan wel niet-soortgenoten als de mens. Het is normaal om deel te nemen aan sociale activiteiten en onnatuurlijk om geïsoleerd te zijn van de rest van de roedel. Zo is onderzocht dat er bij drie weken oude pups al een stijging van het stresshormoon cortisol optreedt bij korte scheiding van het nest. Wederom een aanwijzing dat scheiding van de roedelgenoten tegennatuurlijk is en als gevolg daarvan een natuurlijke stressreactie oproept.

Er is dus geen sprake van abnormaal gedrag, maar van soorteigen gedrag van de hond. De eigenaar kan het natuurlijk als probleem ervaren omdat de hond sloopt, in huis poept of overlast bezorgd door te janken. Bovendien hebben we vaak een gehaast leven en willen wij mensen weer onze routines oppakken, zoals naar het werk gaan e.d. Eigenaren willen vaak in een paar dagen of weken dat de pup of (jonge) hond al alleen thuis kan zijn.

 

Geen signalen te zien, dus?

Of het nu verlatingsangst is of iets anders: het is duidelijk dat er een probleem is. Maar misschien is verlatingsangst wel een groter welzijnsprobleem onder de hondenpopulatie dan wij denken. Er is een grote groep honden waarbij verlatingsangst niet vastgesteld wordt. Dit kan te wijten zijn aan de honden, die wel degelijk nerveus of angstig zijn maar geen (voor de eigenaar) duidelijke signalen achterlaten, door bijvoorbeeld te slopen of onzindelijk te worden. Ook bij honden, die passief blijven, waarbij het minder makkelijk zichtbaar is, kan er echter sprake zijn van een welzijnsprobleem. Dit kan vooral een valkuil zijn bij ouder wordende honden. Enerzijds kan een oudere hond moeite krijgen met het alleen gelaten worden en daardoor probleemgedrag ontwikkelen. Anderzijds blijkt uit een onderzoek dat oudere honden op een passievere wijze uiting geven aan ongenoegen of stress. Dit passieve gedrag hoeft dus niet te betekenen dat er geen sprake is van angst, of dat ze beter met angst en onzekerheid kunnen omgaan. Het is eerder een onderdrukking van bijbehorende gedragingen dan echt een ontspannen toestand.

 

Ontwikkeling van verlatingsangst

Een andere valkuil ontstaat, wanneer mensen een puppy ‘leren’ om ‘s nachts alleen thuis te zijn.

De pup is net opgehaald en is weg uit de vertrouwde omgeving met moeder en nestgenoten. Gedurende de dag ontstaat het eerste vertrouwen bij de nieuwe roedel, maar dan ineens is het nacht en is de pup moederziel alleen om te slapen. De pup begint uit onzekerheid en angst wat te piepen, misschien wat te blaffen en huilen, om zo het contact te herstellen. Dit is natuurlijk gedrag van de pup om weer contact te krijgen met roedelgenoten. Maar de eigenaren is op het hart gedrukt om dit absoluut te negeren, omdat je anders dit gedrag van de pup beloont. Dus dit doen zij ook. Maar wat gebeurt er dan? Er komt geen reactie op de hulproep van de pup. Hij kan het contact niet herstellen en heeft geen controle over zijn omgeving, wat van nature stress oplevert. Het stressniveau van de pup stijgt alsmaar, hij wordt steeds angstiger en doet verwoede pogingen om contact met de roedel te herstellen. Uiteindelijk raakt hij uitgeput en valt in slaap. Deze hond leert dat hij de situatie niet kan controleren. Hij leert niet te wennen aan het alleen zijn ’s nachts, maar heeft enkel geleerd dat het niets uitmaakt wat hij doet, de angst blijft. De eigenaren ‘zien’ een hond die geen zichtbare probleemgedragingen vertoont. Maar er kan wel degelijk sprake zijn van een probleem en dus van welzijnsaantasting van de hond.

Spontane problemen

Naast de puppy en de ouder wordende hond is er ook een groep honden die eerst wel alleen konden zijn, maar ‘ineens‘ niet meer. Hiervoor kunnen verschillende aanleidingen zijn. Vaak heeft iets plaatsgevonden in de omgeving, zoals een hevige onweersbui waarvan hij erg geschrokken is. Zeker als hij op dat moment alleen thuis was. Dit kan leiden tot nervositeit tijdens het alleen zijn, samen sta je en voel je je immers sterker. Als de eigenaar aanwezig is, kunnen ze een soort geruststelling ervaren.

Een verhuizing kan ook een aanleiding zijn voor het ontstaan van verlatingsangst. Andere geluiden kunnen een reactie uitlokken, zoals geluiden in huis of bij de buren. Dit kan tot blaffen en janken leiden bij de hond.

Soms ontstaat het probleem na een periode waarin de eigenaar veel thuis is geweest (denk aan vakantie, ziekte, of werkloosheid). Het meer en langduriger contact en dus minder alleen zijn, kan de binding versterken en het de hond moeilijk maken om plotseling weer een veel langere tijdsduur alleen te zijn.

 

Straffen, negeren, opsluiten en boos worden maken het probleem meestal alleen maar erger. Het is belangrijk om de hond zich veilig te leren voelen in deze situatie.

Elke hond en elk “niet alleen thuis kunnen zijn” probleem is anders. Het is dus van belang om te weten wat de oorzaken zijn en welk gedrag de hond laat zien om te kunnen werken aan een ontspannen hond tijdens het alleen thuis zijn.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

20 mei 2022

Het effect van voeding op gedrag

Je staat er niet altijd bij stil dat dat wat je hond eet, effect heeft op zijn gedrag. De meeste mensen kennen echter wel het effect van bijvoorbeeld te veel koffie in je lichaam. Je wordt onrustig, kunt niet meer stilzitten, bent chagrijnig en geeft mensen zelfs een snauw.

Ben je geen koffiedrinker, dan ken je misschien wel het effect van suiker en geur- en kleurstoffen op een kinderfeestje.

Deze relatie tussen stress en voeding kan zich ook uiten in fysieke klachten zoals een verhoogde spierspanning en het gevoeliger zijn voor spierpijn en maagklachten.

Voor honden kunnen de volgende eigenschappen in voer zorgen voor een meer stressgevoelige hond.

Te veel snelle koolhydraten

Koolhydraten zijn nutriënten die als belangrijkste functie hebben om voor energie te zorgen. Er zijn koolhydraten die snel verteerd worden, zoals suiker en granen en mais. Er zijn ook langzaam verterende koolhydraten zoals groente. Dit heeft invloed op de bloedsuikerspiegel en dus hoe een dier zich voelt. De meeste honden hebben maar weinig koolhydraten nodig. Te veel koolhydraten in het dieet kan ervoor zorgen dat een hond hyper wordt.

Kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen

Kunstmatige toevoegingen aan het voer kunnen de hormoonbalans verstoren en geven een extra belasting voor het lichaam zonder dat ze iets nuttigs toevoegen. Hormonen sturen allerlei processen in het lichaam aan en zorgen voor balans.

Slechte kwaliteit eiwitten

Eiwitten worden in het lichaam afgebroken tot aminozuren en deze worden o.a. als bouwstenen voor hormonen gebruikt. Verschillende voedingsstoffen bevatten verschillende soorten aminozuren. Naast de juiste balans van deze aminozuren, is ook de kwaliteit van het eiwit belangrijk. Sommige eiwitten zijn slechter te verteren dan anderen.

Te weinig omega 3

Omega 3 is een type vetzuur en heeft een belangrijke functie voor het gezond houden van de hersenen. Zonder voldoende omega 3 kunnen leerprestaties en concentratievermogen achteruit gaan. Heel kort gezegd is Omega 3 ontsteking remmend en Omega 6 ontsteking bevorderend, dat wil niet zeggen dat Omega 6 slecht voor de gezondheid is. De verhouding tussen beiden is van belang, deze dient 1 :1 tot maximaal 1 (omega 3) : 4 (omega 6) hoort te zijn. 

Te weinig vitaminen en mineralen

Om het zenuwstelsel gezond te houden moeten er voldoende B-vitaminen in het voer zitten. Een andere stof die erg belangrijk is voor het kunnen ontspannen is magnesium.

Meer over B-vitaminen

Er zijn 2 grote regelsystemen in het lichaam: hormonen en het zenuwstelsel. Voor beiden zijn voldoende voedingsstoffen nodig om goed te kunnen werken. B-vitaminen zijn een groep vitaminen die van belang zijn voor een gezond zenuwstelsel. Ze werken grotendeels samen, maar voor het zenuwstelsel zijn vitamine B3 (niacinamide) en vitamine B6 (pyridoxine) van extra belang.

Vitamine B3 is nodig voor de energievoorziening in de cellen en de prikkeloverdracht in het zenuwstelsel. Verder helpt B3 het lichaam bij het aanmaken van vetzuren en het ondersteunen van het herstel van huid en slijmvliezen.

Vitamine B6 helpt de aanmaak en de activiteit van hormonen in het lichaam te reguleren. Het speelt een belangrijke rol bij de opbouw en afbraak van eiwitten en is daarmee ook betrokken bij de energievoorziening in de spieren.

Angst en depressie kunnen onder andere met een tekort aan deze stoffen samenhangen.

Meer over magnesium

Magnesium is hét ontspanningsmineraal. Magnesium is betrokken bij talloze functie in het lichaam, maar het mineraal wordt vooral ingezet om beter te kunnen ontspannen. Daar waar calcium nodig is om de spieren aan te spannen, is magnesium nodig om ze weer te kunnen ontspannen.

Een tekort aan magnesium zorgt ervoor dat dieren moeilijk tot rust komen, slecht slapen en een hoge spierspanning hebben. Veel stress zorgt ervoor dat de behoefte aan magnesium alleen nog maar toeneemt.

Er bestaat nogal wat kwaliteitsverschil tussen supplementen magnesium. Er wordt namelijk een verbinding met het mineraal gemaakt om te zorgen dat het in het lichaam kan worden opgenomen. De mate van opneembaarheid en het effect van de ‘verbindingsstof’ bepalen de kwaliteit en inzetbaarheid.

Een voorbeeld is magnesiumcitraat. Dit is een verbinding van magnesium met citraat. Citraat is een goed opneembare organische mineraalverbinding die ervoor zorgt dat de daadwerkelijke hoeveelheid magnesium (=17%) goed kan worden opgenomen.

Citraat vormt een onderdeel van de citroenzuurcyclus en de daaruit voortvloeiende aanmaak van ATP die zorgt voor energie van lichaamscellen. Magnesiumcitraat heeft een ontspannende werking (door de magnesium) en geeft ook energie (door de citraatverbinding).

Let op:  citraat kan voor diarree zorgen!

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

20 februari 2022

Hoe reageert jouw hond op bezoek?

Er komt visite, gezellig! Maar uw hond reageert op bezoek met bijvoorbeeld blaffen, grommen, op het bezoek af rennen, opspringen, tanden laten zien, snappen, bijten of juist wegrennen of verstoppen. 

Is de hond opgewonden, angstig of agressief? Dat is belangrijk om te weten, zodat je een training kan toepassen die bij de emotie van de hond past tijdens het binnenkomen van visite.

Drie verschillende vormen van ongewenst gedrag die we zien bij het binnenkomen van bezoek.

Teveel opwinding en aandacht vragen.

De bel gaat en er komt bezoek binnen. De hond blaft, wil mee naar de gang en springt enthousiast tegen het bezoek op. De hond is niet weg te slaan bij het bezoek en blijft aandacht vragen. Het lijkt wel of het bezoek voor de hond komt.

Gedragingen die we zien bij opwinding en aandacht blijven vragen van het bezoek door bijvoorbeeld opspringen, handen likken, pootjes geven en op schoot kruipen.

Bij deze honden is het van belang om rust en afstand van het bezoek te trainen. Alle manieren van aandacht vragen bij het bezoek mag geen aandacht van het bezoek opleveren. Rustig gedrag en afstand tot het bezoek levert juist aandacht op.

U kunt de hond bijvoorbeeld leren om op zijn plaats te gaan liggen. Voor het rustig liggen op afstand van het bezoek krijgt de hond iets lekkers of leuks waar hij een poosje mee bezig is. Denk aan een goed gevulde Kong of een kalfspees. Op deze manier beloon je je hond voor het rustig op afstand blijven van het bezoek. Geef de Kong of kalfspees alleen op deze momenten, zodat ze bijzonder blijven voor de hond.

 Angst

De bel gaat en het bezoek komt binnen. De hond rent blaffend naar het bezoek en rent gauw weer weg. Bij nadering van het bezoek kan de hond weer gaan blaffen en afstand nemen van het bezoek.  Het kan ook zijn dat de hond zo bang is, dat hij direct wegkruipt, bijvoorbeeld onder een tafel of een veilige plek in een andere ruimte zoekt.

Bij angstige honden is het van belang dat het bezoek geïnstrueerd wordt geen contact met de hond te maken. De hond niet aankijken, niks tegen de hond zeggen en de hond niet aanraken. De hond heeft tijd nodig om het bezoek te gaan vertrouwen. Door leuke bezigheden aan de hond te geven tijdens het komen van het bezoek, kan de hond het bezoek anders gaan ervaren.  Het accepteren van het bezoek zorgt voor minder angst en/of stress. Dit betekent niet dat elke hond uiteindelijk contact wil maken met het bezoek.

Zorg dat de hond een veilige plek heeft op afstand van het bezoek, bijvoorbeeld een bench, een ren of een mand. Een veilige plek betekent een plek waar hij rustig op afstand van het bezoek kan blijven. Verplicht de hond niet om contact te maken met het bezoek.

Gedragingen die we zien bij angstige honden: wegrennen, wegkruipen, het bezoek in de gaten houden in een lage of bedrukte  lichaamshouding met eventueel stresssignalen zoals een hoge blaf, piepen, hijgen of trillen.

Afhankelijk van de mate van angst, type bezoek, situatie en wensen van de eigenaar, kan een gedragstherapeut een individueel afgestemd plan van aanpak maken.

 (Angst)agressie 

Bij honden die agressie vertonen naar bezoek staat veiligheid voor iedereen op de eerste plaats. Zorg dat het bezoek veilig kan binnenkomen door bijvoorbeeld de hond in de bench, achter een hekje of in een andere ruimte te doen.

Van belang is om erachter te komen waarom de hond agressie vertoont , hoe het in de loop van de tijd is ontwikkeld en wat voor type agressie het is. Gedragingen, stresssignalen, de houding van de hond en de motivatie zijn belangrijk om te weten zodat een goed advies gegeven kan worden om het gedrag om te buigen naar gewenst gedrag.

Gedragingen die we zien bij agressief reageren naar bezoek zijn onder andere grommen, gromblaffen, tanden laten zien, snappen, uitvallen of bijten in een voorwaartse beweging.

Agressie is een verzamelnaam. De agressie kan zich in verschillende lichaamshoudingen uiten met of zonder stresssignalen. Vraag advies als je een hond hebt die agressie vertoont, want het kan tot gevaarlijke bijtincidenten leiden.

Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom de hond op een bepaalde manier reageert op het binnen komen van bezoek.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • De hond is het niet gewend aan vreemde mensen in huis en vertrouwd het niet als mensen zijn territorium binnen komen. De oorzaak kan zijn dat de hond als pup niet gesocialiseerd is met bezoek en vreemde mensen.
  • Het kan ook zijn dat u weinig bezoek krijgt, zodat de hond er niet aan gewend raakt. Gewenning door middel van herhaling heeft niet plaatsgevonden.
  • Het kan ook zijn dat uw hond negatieve ervaringen heeft met bezoek. Denk aan mensen die over de hond heen hangen, boven op de kop aaien of de hond heel direct benaderen. Deze handelingen kan de hond als bedreigend ervaren.
  • De hond kan een genetische aanleg hebben om zijn territorium te bewaken. Bepaalde rassen zijn specifiek gefokt voor dit doeleinde. De hond kan ook een type hond zijn die als eerste reactie vaak gaat blaffen, ongeacht de motivatie.
  • Uw hond is mensgericht en is heel enthousiast als er bezoek komt, dit gedrag kan een genetische aanleg hebben. Als de hond dan ook regelmatig beloond wordt met het krijgen van aandacht van het bezoek, dan versterkt dat het enthousiasme van de hond.
  • De hond kan een traumatische ervaring hebben met bezoek. Denk hierbij aan een inbraak of het ervaren van geweld door een overval of door plotselinge grote veranderingen in zijn leefomgeving.

Algemene tips

  1. Zorg voor veiligheid voor iedereen, voorkom bijtincidenten!
  2. Haal het eerste moment van opwinding, angst, agressie weg door afstand tussen de hond en het bezoek te houden, zodat het gedrag van de hond niet escaleert.
  3. Instrueer het bezoek of hang een bordje bij de deur: wij zijn met de hond in training, negeer de hond. Negeren betekent niet aankijken, niet aanraken en niks tegen hem zeggen. Laat het bezoek binnen, geef aan waar ze kunnen gaan zitten. Het bezoek kan nog steeds de hond negeren totdat hij rustig is. Dan kan hij een beloning krijgen d.m.v. aandacht of iets lekkers.
  4. Zorg ervoor dat u controle heeft over de situatie. De hond leert van zijn ervaringen en van zijn gedrag. Vanaf nu wilt u dat de hond positieve ervaringen heeft met het komen van bezoek.
  5. Werk aan rustcommando’s: plaats, zit, af, blijf. Train dit eerst zonder bezoek, zodat hij de commando’s goed beheerst als je het gaat inzetten bij het bezoek.

Hulpmiddelen

Afhankelijk van uw wensen, het gedrag van uw hond en de mogelijkheden in betreffende  situatie kunt u gebruik maken van hulpmiddelen, zoals: een bench, een ren, een hekje, een riem, een mand (plaats), een andere ruimte, een Kong of andere mentale uitdaging of iets te kauwen waar de hond een poosje zoet mee is.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

17 december 2021

Voorkomen van vuurwerkangst bij honden

Als je een hond hebt die niet bang is voor vuurwerk, is dat heel fijn. Het kan ook zijn dat je een pup of jonge hond hebt die dit jaar voor het eerst Oud en Nieuw mee gaat maken. Hoe kan je deze honden het beste begeleiden zodat ze geen angst voor vuurwerk ontwikkelen?

Hoe ontstaat vuurwerkangst?

Met name het harde geluid dat je bij vuurwerk hoort, is een prikkel die door honden als bedreigend kunnen worden ervaren. Het kan ook zijn dat de hond reageert op de geur of op de lichtflitsen. De hond heeft geen idee wat het is, maar hij kan ervaren dat zijn leven in gevaar is. Als overlevingsstrategie kan de hond wegrennen, ofwel vluchten. De hond kan angstig worden of in paniek raken door deze heftige geluiden, geuren en lichtflitsen. Honden horen de geluiden harder dan wij ze waarnemen. Als de hond even schrikt en direct weer hersteld, ervaart de hond het vuurwerk niet als een bedreigende situatie. Het is ook dan wel belangrijk om de situatie om te gaan buigen naar een leuke situatie zodat de hond de schrikreactie niet verder gaat ontwikkelen tot angst of paniek.

Wandelen

Zorg dat je iets leuks of lekkers bij je hebt tijdens het wandelen in deze periode. Wat vindt jouw hond leuk, lekker of fijn? Dat kan voor elke hond anders zijn. Als er dan een knal is, ga je gelijk spelen, rennen, stoeien of lekkere dingen voeren. Zodat er geen negatieve associatie gevormd wordt, maar juist een positieve. Een harde knal betekent dat er iets leuks gebeurt!

Wacht dus niet af, maar reageer gelijk met iets wat de hond leuk of lekker vindt. Je kan de uitlaattijden aanpassen, zodat de hond zo min mogelijk wordt blootgesteld aan het vuurwerk. Hou de hond aan de riem, zodat hij niet kan wegrennen.

Trainen

Je kan vanaf de puppytijd de hond trainen om minder geluidsgevoelig te zijn. Dit is met name verstandig voor rassen die een aanleg hebben op geluidsgevoeligheid. Maar in principe is zo’n training goed om met elke hond te doen als je in een omgeving woont waar vuurwerk wordt afgestoken. In zo’n training is het de bedoeling dat de hond het knalgeluid, de geur en de lichtflitsen gaat koppelen aan iets leuks, bijvoorbeeld spel. Zo’n training kan je alleen in een privétraining volgen, omdat elke hond anders reageert en je niet over de stress- of angstdrempel van de individuele hond heen mag gaan. Er zit een opbouw in de training, dat betekent dat je weken of maanden voor de vuurwerkperiode dient te starten met zo’n training.

Je kan zelf ook trainen met je hond d.m.v. een professionele geluidsCD. Het is dan belangrijk dat bij de CD een gebruiksaanwijzing zit hoe deze toe te passen. Als je de CD verkeerd inzet, kan de hond juist angst ontwikkelen. Tinley heeft een goede CD met een boekje erbij met uitleg.

Tijdens de jaarwisseling

  • Laat de hond niet alleen.
  • Zorg dat je een leuke bezigheid voor de hond hebt, bijvoorbeeld een goed gevulde Kong, een voerbal, een spelletje of een andere mentale uitdaging.
  • Zorg dat de hond een fijne slaapplek heeft. Sommige honden willen graag schuilen onder een dekentje, onder de tafel of in de bench met een deken erover. Als dat de hond een veilig gevoel geeft, is dat fijn zodat de hond ontspannen kan blijven.
  • Je mag de hond steunen door te aaien, te  masseren of door lekker tegen je aan te laten liggen.
  • Hierdoor kan de hond lekker ontspannen of leren om te ontspannen.

 

Wat kan je beter niet doen

  • Raak als eigenaar zelf niet in de stress, maar blijf rustig.
  • Negeer de angst, spanning of paniek van de hond niet, hierdoor wordt dit gedrag erger.
  • Geef niet zomaar medicatie, maar laat je adviseren. Geef geen Vetranquil, het kan ervoor zorgen dat de hond niet meer kan reageren, maar nog wel alle prikkels binnenkrijgt, waardoor juist angst ontwikkelt.
  • Als de hond niet angstig, gespannen of in paniek is, dan hoef je geen medicatie of supplementen te geven.
  • Ga de hond niet overspoelen met vuurwerkwerkgeluiden, de hond kan juist angstig voor vuurwerk worden.

 Zo herken je vuurwerkangst of spanning bij je hond:

Houding:

  • Staart laag
  • Oren naar achteren
  • Gehele lichaam in verlaagde houding = angst!


Stresssignalen:

  • Trillen = hevig stresssignaal
  • Hijgen = hevig stresssignaal
  • Gapen
  • Smekken
  • Piepen
  • Tongelen (met tong proberen eigen neus te raken)
  • Uitschudden na het vuurwerk (spanning van zich afschudden)

Gedragingen:

  • Weigeren verder te lopen
  • Vluchten, wegrennen
  • Piepen of janken
  • Verstoppen, wegkruipen
  • Wegkijken, kop wegdraaien of lijf wegdraaien
  • Alert blijven, niet tot rust kunnen komen
  • Heen en weer lopen, onrustig gedrag

 Is je hond toch bang geworden voor vuurwerk?

Blijkt je hond ondanks je goede voorbereidingen toch bang te zijn geworden, wacht dan niet tot het najaar, maar begin in januari met hertrainen onder begeleiding van een Gedragstherapeut. De hond heeft tijd nodig om stapsgewijs te leren dat vuurwerk niet eng is. Het is belangrijk om de prikkels en de ontwikkeling van het gedrag goed in kaart te brengen om een succesvolle training  te starten. Een succesvol plan moet afgestemd worden op de hond. Dit plan kan bevatten: hertrainen van geluidsprikkels en andere prikkels, leren ontspannen blijven tijdens de wandeling en thuis, medicatie, suppletie, aanpassen van voeding, voorkomen van angst, managen van situaties, inzetten van hulpmiddelen en ontspanningstechnieken leren. Ook na een geslaagde training is het goed om zo nu en dan de training te herhalen zodat de angst, spanning of paniek niet terugkomt.

Ik wens alle huisdieren een rustige jaarwisseling en alle baasjes een gezond 2022!

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

23 AUGUSTUS 2021

Voeding en suppletie voor drachtige teven

De samenstelling van voeding is afhankelijk van ras, leeftijd, omgeving, seizoen en eventueel bestaande klachten.

In dit artikel ga ik niet in op de algemene voeding van een hond. Ik ga er gemakshalve vanuit dat de gezondheid van de teef goed is. Deze is natuurlijk afhankelijk van de voeding die ze in haar leven heeft gekregen, maar ook de mate van stress, omgevingsfactoren, relatie met de eigenaar en conditie spelen een rol tijdens de dracht en de ontwikkeling van de pups in de baarmoeder en tijdens de zogende periode.

Een drachtige teef kan in principe de eerste 5 weken van de zwangerschap dezelfde hoeveelheid voeding krijgen. Vanaf 5 weken heeft de teef tussen de 130% en 160% aan voeding nodig voor de ontwikkeling van baarmoeder- en embryoweefsel.

Zowel eiwitten, vetten als koolhydraten kunnen extra gegeven worden. Eiwitten zijn bouwstoffen. Vetten en koolhydraten zijn energieleveranciers. Vetten leveren energie aan spieren, heeft een sparende rol t.o.v proteïne, zorgt voor schokdemping rondom organen, is isolatiemateriaal, zorgt voor transport en absorptie van vetoplosbare vitaminen, geeft vorm aan celmembranen en heeft een belangrijke rol bij de eicosanoïden stofwisseling. Honden hebben een betere capaciteit om vet te verbranden, in vergelijking tot het verbranden van koolhydraten. Bij honden levert de verbranding van koolhydraten meer warmte op dan verbranding van vetten. Met name de koolhydraten kunnen de laatste 3 weken tot 15% extra gegeven worden, in de vorm van meervoudige koolhydraten. Voorbeelden hiervan zijn: volkoren pasta, zoete aardappels, havervlokken. Ze verteren langzamer dan enkelvoudige koolhydraten en bevatten vitamines en mineralen, bovendien zijn de vezels goed voor een gezond spijsverteringssysteem.

Essentiële vetzuren wil zeggen dat de hond ze zelf niet kan aanmaken, zoals omega 3 en omega 6. Deze zijn niet altijd aan de voeding toegevoegd. Met name bij vers vlees is het belangrijk om te bekijken of er voldoende essentiële vetzuren zijn toegevoegd.Maar ook bij bepaalde aandoeningen en deficiënties kan het noodzakelijk zijn om supplementen te geven.

Omega 3

Voor de neurologische ontwikkeling van de embryo’s zijn extra onverzadigde vetzuren nodig, zoals EPA/DHA. Voedingsbronnen zijn vette vissoorten als paling, haring, zalm, makreel en schaaldieren. ALA is de voorloper van EPA, deze omzetting verloopt slecht bij honden. Vandaar advies om EPA/DHA toe te voegen aan de voeding.

Omega 6

Voor de fysieke groei van de embryo’s en het baarmoederweefsel is tevens LA (linolzuur) en ALA (alfalinoleenzuur) nodig. Bronnen van LA zijn: zonnebloemolie, maïsolie, sojaolie. Een tekort aan linolzuur kan leiden tot dwerggroei en huidlaesies.

Voor de gezonde groei van foetus en zuigeling is tevens AA (arachidonzuur) nodig. Bij volwassen dieren worden de eicosanoïden die hieruit gevormd worden als ongunstig beschouwd, omdat ze ontstekingsbevorderend zijn. Bronnen van omega 6 zijn lijnzaadolie, hennepolie, koolzaadolie, zonnebloemolie, saffloerolie, teunisbloemolie, borageolie, zwarte bessenolie.

Een goede verhouding tussen omega 3 en omega 6 = 1:1 tot maximaal 1 : 4.

Als er in verhouding teveel omega 6 ingenomen wordt kan dat ontstekingen bevorderen. Een teveel aan omega 3 kan ook ontstekingen bevorderen, hebben een bloed verdunnend effect en zorgen voor een verminderde weerstand.

Een tekort aan omega 6 zal met name te zien zijn aan huid en vacht en groeistoornissen.

Een tekort aan omega 3 kan o.a. gedrag en leervermogen negatief beïnvloeden, maakt gevoeliger voor ontstekingen en kan het gezichtsvermogen verminderen.

Een tekort van beiden verstoord met name de hormoonhuishouding.

Een goed supplement moet aan specifieke voorwaarden voldoen!

Foliumzuur

Foliumzuur wordt bij honden in verband gebracht met open gehemeltes en lipafwijkingen.

Uit een onderzoek lijkt na suppletie van foliumzuur de pups met een afwijking aan gehemeltes, lippen en open ruggetjes significant te verlagen. Bij deze rassen speelt erfelijke aanleg ook een rol. In het onderzoek wordt niet aangegeven welke vorm van foliumzuur er gegeven wordt en welke voeding de honden krijgen. Dat zou ik graag willen weten omdat dat invloed heeft op de mogelijke werkzaamheid.

De relatie tussen genetische predispositie en suppletie is niet bekend (niet onderzocht).

Foliumzuur is een chemisch stabiele verbinding van folaat die nauwelijks in voeding voorkomt en wordt gesynthetiseerd voor toepassing in voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen. Vitamine B11 staat voor de groep folaten met vitamine activiteit en niet alleen de synthetische foliumzuur. Na inname van foliumzuur moeten er veel processen doorlopen worden om uiteindelijk tot een biologisch opneembare vorm te komen. Tijdens deze processen kan er veel mis gaan, daarom is het verstandig om een goed biologisch opneembaar supplement te gebruiken.

Na opname in de darmen wordt THF omgezet in 5MTHF, de belangrijkste actieve co-enzymatische vorm van folaat in het lichaam. 5MTHF circuleert in het bloed en wordt opgeslagen in de lever. Voor het benutten van folaat is een goede maagdarmfunctie nodig. Suppletie met 5MTHF heeft een voordeel dat deze direct over deze actieve vorm van folaat beschikt.

Tijdens de zwangerschap lijken honden (net als mensen) meer folaat nodig te hebben.

Alleen folaat suppleren is niet verstandig omdat B vitamines in sterke mate samenwerken.

Suppletie van B2, B6, B12 in een actieve co-enzymatische vorm zorgt dat deze vitamines direct opgenomen kunnen worden.

(Uitleg over het folaat- en homocysteïnemetabolisme, de citroenzuurcysclus en de rol van B vitamines bij de energieproductie laat ik achterwege. Ook spelen afwijkingen tijdens de methylering een rol bij lichaamsprocessen. Deze hangen samen met dieetfactoren als foliumzuur, choline, methionine, vit 6, 12 en zink).

Folaat is nodig voor een goede DNA en RNA synthese.

Folaat speelt een rol bij de cellulaire energiestofwisseling waarbij ATP wordt gevormd (alle B vitamines in een actieve co-enzymatische vorm).

Folaat is betrokken bij de synthese van hemoglobine, de foetale ontwikkeling van het zenuwstelsel en de omzetting van serine in glycine.

Suppletie van een hoge dosering foliumzuur zal niet snel plaatsvinden, maar kan toxisch zijn.

Folaat kan worden geproduceerd door bacteriën in de darmen. Dan moet de voeding wel choline, methionine en cobalamine bevatten.

De opname vindt plaats in het middelste deel van de dunne darm, maar ook een beetje in het laatste deel van de dunne darm. Bij darmziekten kan je zowel teveel als te weinig foliumzuur meten in het bloed.

Bij een tekort komt de synthese van purines en pyrimidines in het gedrang, wat resulteert in bloedafwijkingen.

Voedingsbronnen: donker groene bladgroenten, lever (meer in kalkoen en kip, dan in rund), eieren, volkoren graan, bonen, biergist. Folaat uit voedsel is instabiel en gevoelig voor licht, zuurstof, opslag en hoge temperaturen, waardoor een groot deel van het folaat verloren gaat.

Suppletie is gewenst voor zwangere teven, in combinatie met andere B vitamines of eventueel een multivitamine complex in een biologisch goed opneembare vorm.

Bronnen:

*Oral folic acid supplementation decreases palate and/or lip cleft occurrence in Pug and Chihuahua puppies and elevates folic acid blood levels in pregnant bitchesMay 2013Polish Journal of Veterinary Sciences 16(1):33-7DOI:10.2478/pjvs-2013-0005

* Observations on the prevention of cleft palate in dogs by folic acid and potential relevance to humansJ M Elwood 1, T A ColquhounHugh Adam Cancer Epidemiology Unit, Otago University Medical School, PO Box 913, Dunedin, New Zealand.PMID: 16032001 DOI: 10.1080/00480169.1997.36041

*Opleiding Orthomolecuilaire Voeding en Suppletie van Into The Wild; Ingrid Smolders

* Stichting Orthokennis: de essentiële rol van B-vitamines in onze stofwisseling

* Nutrient requiirements of Doga and Cats; National Research council of the National Academies, januari 2018

* mcvoordieren/kennisbank

Wil je meer informatie over goede suppletie, neem dan contact op met mij: Jokesauerbreij@gmail.comwww.adviesvoorjehond.nl

Dit artikel mag alleen gedeeld worden met de naam van de schrijfster: Joke Sauerbreij

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

13 JULI 2021

Voeding en gedrag

Goede voeding zorgt voor een gezond lichaam en brein. Voeding heeft direct invloed op het gedrag van de hond en kan één van de oorzaken zijn dat een hond angstig, agressief, gestrest of lusteloos is.

De darmen hebben veel belangrijke functies. Darmbacteriën breken onder andere onverteerbare plantaardige vezels af, waardoor stoffen vrijkomen die de darmcellen voeden en bijvoorbeeld ontstekingen kunnen remmen. De darmflora produceert belangrijke stoffen zoals serotonine, 90% van de aanmaak vindt in de darmen plaats. Serotonine wordt ook wel het gelukshormoon genoemd. Het speelt o.a. een rol bij leerprocessen, geheugen, gedrag en stemming. Via de hersen-darm as gaan stoffen direct naar de hersenen.

EPA en DHA (omega 3) zijn essentiële visvetzuren, het lichaam kan ze niet zelf aanmaken. Deze vetzuren zijn onder meer nodig voor de aanmaak van zenuw- en hersenweefsel. Hersenen bestaan voor een belangrijk deel uit vetzuren, zowel omega 6 als omega 3. Ze worden in verband gebracht met gedragsstoornissen en het leervermogen.

De amygdala is een amandelvorige kern van neuronen, die diep in de hersenen ligt. Het is betrokken bij het ervaren, verwerken en aansturen van verschillende emoties. De emotie die het meest in verband wordt gebracht met de amygdala is angst. Dierexperimenteel onderzoek wijst uit dat bij een zinktekort en een tekort aan eiwitten de mate van angst en vermijdingsgedrag vermindert. Hierdoor missen ze het vermogen te leren van negatieve ervaringen.

Tip 1

Lees de ingrediëntenlijst op de verpakking. Als de omschrijving duidelijk is, weet je wat je je hond te eten geeft. Vraag de verkoper naar meer informatie bij onduidelijkheden. Etiketten zijn vaak lastig te lezen. Bijvoorbeeld is het duidelijk als er staat: rundvlees, lever van de rund en kippenhartjes. Onduidelijk is de term “dierlijke bijproducten”. Dit kunnen resten zijn van allerlei verschillende diersoorten, waardoor je niet weet welke eiwitbronnen je je hond voert.

Tip 2

Zorg voor een aanvulling van vetzuren omega 3 en omega 6 in de verhouding 1 – 4. Let wel op, als je brok, blik of KVV voeding geeft kunnen er al omega vetzuren in verwerkt zijn. Met name de omega 3 vorm EPA-DHA is een goede aanvulling. Let op het MSC keurmerk om een zo schoon mogelijke olie te geven. Veel visoliën zijn vervuild met kwik en microplastics. Als je liever geen visolie wil geven, is algenolie een goed alternatief.

Tip 3

Geef je hond in bepaalde periodes een aanvulling met een biologisch opneembare multivitamine en mineralen complex, om zo eventuele tekorten aan te vullen. Met name voor de oudere hond of een hond dier hersteld van een ziekte is het een waardevolle aanvulling. Sommige vitamines en mineralen moeten dagelijks aangevuld worden in het lichaam omdat ze niet opgeslagen kunnen worden om op een ander moment weer ingezet te worden.

AGE'S IN (HONDEN)VOEDING

4 JULI 2021

Bewerkt voedsel

Dierstudies tonen hoe de consumptie van bewerkt voedsel leidt tot inflammatie en aandoeningen zoals overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten en versnelde veroudering. Een onderzoek bij knaagdieren toonde dat langdurige consumptie van bewerkt voedsel leidde tot een verhoogde darmpermeabiliteit en een verhoogd risico op micro vasculaire aandoeningen. De hoeveelheid AGE's (Advanced Glycation Endproducts) in bewerkt voedsel speelt hierbij een rol, AGE's vormen zich door snelle en hoge verhitting van suikers in combinatie met eiwitten. We noemen dit de maillardreactie. ALE's zijn verbindingen door verhitting van vetten in combinatie met suikers (Advancend Lipoxidation Endproducts).

Na het geven van een anti AGE dieet wordt de maillardreactie voorkomen. Men zag verbetering bij overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten, nieraandoeningen, Alzheimer en versnelde algemene veroudering. Helen Vlassara (Mount Sinai School of Medicine in New York) heeft veel onderzoek gedaan hiernaar.

AGE's blijken de doordoorlaatbaarheid van de darmen te verhogen en te leiden tot activering van een onderdeel van het aangeboren immuunsysteem, het complement systeem. Activering van de ontstekingsbevorderende effector molecuul complement 5a bleek te leiden tot inflammatie en nierschade. Bij minder inname van AGE's kon de ontstane nierschade worden omgekeerd. Ook bleek uit een experiment met diabetische muizen dat vezelrijke voeding de integriteit van de darmbarriëre herstelde en de kans op enrstige nierschade kon verminderen door onderdrukking van C5a.

Processed foods drive intestinal barrier permeability and microvascular diseases. Sci Adv 2021; 7(14):eabe4841 [PMID33789895]

 

Waarom zijn AGE’s giftig?
AGE’s zijn oxidanten die een negatieve invloed hebben op het lichaam. Oxidatie put de natuurlijke reserve aan antioxidanten in het lichaam uit. Antioxidanten zijn stoffen die de corrosieve werking van AGE’s kunnen neutraliseren, maar slechts tot een beperkte hoogte.

Op AGE’s reageert het lichaam hetzelfde als wanneer het moet vechten tegen een infectie. De capaciteit om te vechten is echter beperkt. Het immuunsysteem van het lichaam reageert op een ontsteking met koorts die in de meeste gevallen ook snel weer verdwijnt. Het eten van voedsel dat rijk is aan AGE’s kan ook tot een ontsteking leiden, maar bij regelmatige inname stapelen ze zich op.

Daardoor verdwijnen ze minder snel en kunnen ze na verloop van tijd het immuunsysteem van het lichaam aantasten en de organen beschadigen. De meeste chronische ziekten worden geassocieerd met ontsteking(en) en een hoge concentratie aan AGE’s in het lichaam.

Dierlijke vetten worden makkelijk geoxideerd tot AGE’s en hebben de neiging om vast te kleven aan de wanden van de slagaders. Op deze manier veroorzaken ze verstopping, hoge bloeddruk en hartproblemen. Tevens kunnen ze rondom de taille gaan zitten, waardoor ontstekingen, obesitas en insulineresistentie kunnen ontstaan.

Insulineresistentie ontstaat wanneer het hormoon insuline minder effectief wordt bij het verlagen van de bloedsuikerspiegel en de bloedsuikerspiegel hierdoor stijgt tot abnormale hoogte. Overgewicht is nauw verbonden met insulineresistentie en leidt vaak tot diabetes type II.

AGE’s kunnen er eveneens voor zorgen dat eiwitten aan elkaar vast gaan kleven. Hierdoor worden gewrichten, spieren en pezen na verloop van tijd stijf en onbeweeglijk. Tevens kunnen bloedvaten dik en minder elastisch worden. Dit noemt men aderverkalking en het leidt tot hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.

Honden

Weet je dat veel brokvoeding op hoge temperatuur wordt verhit? In brokvoeding vormen eiwitten, vetten en suikers ook AGE's en ALE's. Elke maaltijd opnieuw kan het zijn dat je hond AGE's consumeert. Zijn de brokjes mooi bruin gebakken? De bruine kleur komt voort ui de reactie bij verhitting van suikers met eiwitten en vetten. AGE's zorgen voor een lekkere smaak en geur, zodat je hond er meer van wil eten. Als je hond het graag eet, wil het niet zeggen dat het gezonde voeding is.

 

AGE’s zijn natuurlijke bijproducten die in het lichaam en in de natuur gevormd worden bij iedere temperatuur door een aantal basisprocessen. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de verhitting plaats vindt des te meer AGE’s er worden gevormd. Voedsel wordt verhit en gedroogd om het langer houdbaar te maken, het veilig te kunnen transporteren en om het smakelijker te maken.